Chan-a-Hung / Maalsté

Bergman Juridisch Adviesbureau Jurisprudentie, Kennisbank

Samenvatting

Op een fietspad vindt een aanrijding plaats tussen Maalsté, een zestienjarige bromfietsbestuurder  en Chan, en een 33 jarige fietser – die tegen de toegestane rijrichting inreed. Maalsté loopt blijvend letsel op. ten gevolge daarvan wordt hij voor 14% arbeidsongeschikt verklaard. Maalsté is niet verzekerd voor dergelijke ongevallen. Chan, die aan het ongeval geen blijvend letsel overhoudt is hiervoor wel verzekerd. De verzekeraar van Chan is bereid 50% van de door Maalsté geleden schade te vergoeden omdat op grond van art. 185 van de Wegenverkeerswet in het geval van een aanrijding tussen een bestuurder van een motorrijtuig en een fietser of voetganger, de eigen schade voor rekening van de bestuurder moet blijven – tenzij hem geen enkel verwijt kan worden gemaakt. Dit wordt ook wel de ‘reflexwerking’ van art. 185 van de Wegenverkeerswet genoemd.

Maalsté slaat het aanbod van de verzekeraar af en stelt Chan aansprakelijk voor de gehele geleden en nog te lijden schade op grond van onrechtmatige daad, omdat er sprake was van overmacht aan zijn kant. Zowel de rechtbank als het gerechtshof hebben de vordering toegewezen. Het Hof had geoordeeld dat Chan voor 90% van de schade aansprakelijk was. De overige 10% van de schade moest op grond van de billijkheidscorrectie eveneens voor rekening van Chan moest komen, hierbij speelde de leeftijd van Maalsté, de ernstige gevolgen van het ongeval en het feit dat Chan voor de schade verzekerd was een rol. De Hoge Raad heeft bevestigd dat Maalsté in casu geen verwijt kon worden gemaakt en de schade derhalve volledig voor rekening van Chan moest komen.

Rechtsregel

Bij een aanrijding tussen een bestuurder van een motorrijtuig en een fietser of voetganger komt de eigen schade voor rekening van de bestuurder, tenzij deze kan aantonen dat er aan zijn kant sprake is van een overmachtssituatie. Dit wordt de reflexwerking van art. 185 van de Wegenverkeerswet genoemd.


Stel een vraag